Tat

noun
daad, handeling, feit
B1

‘Tat’ is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent daad, handeling of feit, vaak in morele of juridische context. Meervoud: ‘Taten’. Veelgebruikte combinaties zijn ‘eine Tat begehen’ en ‘eine gute Tat’. De precieze betekenis hangt van de context af.

Voorbeelden

Die Tat wurde schnell aufgeklärt.
De daad werd snel opgehelderd.
Gute Taten werden oft nicht bemerkt.
Goede daden blijven vaak onopgemerkt.
Der Richter sprach ein Urteil, nachdem die Ermittler die Tat genau untersucht hatten.
De rechter sprak een vonnis uit nadat de onderzoekers het misdrijf grondig hadden onderzocht.

Details

MeervoudTaten

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Tatdie Taten
genitiveder Tatder Taten
dativeder Tatden Taten
accusativedie Tatdie Taten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je één voetafdruk of markering voor die een voltooide handeling laat zien — één duidelijke „Tat”.
👂Kort en scherp — „Tat” als de eerste lettergreep van „tactiek” (snelle actie).
⚧️Vrouwelijk (die): koppel „die Tat” aan een nieuwsbericht: „die Tat” (de daad).

Opmerkingen

Vaak gebruikt in juridische of journalistieke contexten (bijv. „Tatort” = plaats delict). Afhankelijk van de context kan het een neutrale „daad” of een criminele „handeling” betekenen.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek