noun
daad, handeling, feit
B1
‘Tat’ is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent daad, handeling of feit, vaak in morele of juridische context. Meervoud: ‘Taten’. Veelgebruikte combinaties zijn ‘eine Tat begehen’ en ‘eine gute Tat’. De precieze betekenis hangt van de context af.
Voorbeelden
Die Tat wurde schnell aufgeklärt.
De daad werd snel opgehelderd.
Gute Taten werden oft nicht bemerkt.
Goede daden blijven vaak onopgemerkt.
Der Richter sprach ein Urteil, nachdem die Ermittler die Tat genau untersucht hatten.
De rechter sprak een vonnis uit nadat de onderzoekers het misdrijf grondig hadden onderzocht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je één voetafdruk of markering voor die een voltooide handeling laat zien — één duidelijke „Tat”.
Kort en scherp — „Tat” als de eerste lettergreep van „tactiek” (snelle actie).
Vrouwelijk (die): koppel „die Tat” aan een nieuwsbericht: „die Tat” (de daad).
Opmerkingen
Vaak gebruikt in juridische of journalistieke contexten (bijv. „Tatort” = plaats delict). Afhankelijk van de context kan het een neutrale „daad” of een criminele „handeling” betekenen.