Appetit

noun
eetlust, appetijt
A1

Appetit betekent ‘eetlust’ of ‘zin om te eten’, en soms ook figuurlijk ‘belangstelling’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Appetit. Veelgebruikte combinatie: Appetit auf + accusatief, zoals Appetit auf etwas haben. Bekend uit Guten Appetit!

Voorbeelden

Guten Appetit! - Danke, ich habe großen Appetit.
Eet smakelijk! - Dank je, ik heb veel trek.
Guten Appetit!
Eet smakelijk!
Der Patient verlor den Appetit, weil die Medizin starke Nebenwirkungen zeigte.
De patiënt verloor zijn eetlust omdat het medicijn sterke bijwerkingen had.

Details

MeervoudAppetite (rare)

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Appetitdie Appetite
genitivedes Appetitsder Appetite
dativedem Appetitden Appetiten
accusativeden Appetitdie Appetite

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een groot bord voor dat je eetlust groter maakt.
⚧️der (mannelijk) — onthoud als ‘der Appetit’ (mannelijk).

Opmerkingen

Wordt vaak gebruikt in de vaste uitdrukking ‘Guten Appetit!’. Meestal enkelvoud.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek