noun
abrikoos
B1
Aprikose is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „abrikoos”. Meervoud: Aprikosen. Regelmatige verbuiging: die Aprikose, die Aprikosen. Veel gebruikt in de keuken, bij bakken, jam en vers fruit. Let op het vrouwelijke lidwoord.
Voorbeelden
Im Sommer esse ich gern frische Aprikosen.
In de zomer eet ik graag verse abrikozen.
Die Bäckerin buk einen Kuchen mit Aprikosen, weil die Früchte frisch geliefert worden waren.
De bakker bakte een cake met abrikozen omdat het fruit vers was geleverd.
Ich kaufe gerne Aprikosen.
Ik koop graag abrikozen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein oranje fruit voor met een fluweelzachte schil en een label „APRIKOSE” op een fruitkraam.
Klinkt als „a prickose” — stel je een klein stekelig fruit voor (ook al zijn abrikozen niet stekelig) om „aprikose” te onthouden.
die Aprikose — denk aan „die” en „delicious”, die allebei beginnen met een sterke d-/de-klank om het vrouwelijke geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Het meervoud is regelmatig met -n in het Duits (Aprikosen). Vaak gebruikt op markten en in zomerse recepten.