Apotheke

noun
apotheek
A2

Apotheke betekent ‘apotheek’: de plaats waar medicijnen worden verkocht en advies wordt gegeven. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Apotheke, meervoud die Apotheken. Regelmatige verbuiging. Voorbeelden: in der Apotheke, zur Apotheke.

Voorbeelden

Die Nachbarin erzählte, dass sie gestern in der Apotheke Medizin holte, weil die Tabletten ausgegangen waren.
De buurvrouw vertelde dat ze gisteren medicijnen bij de apotheek had gehaald omdat de tabletten op waren.
Ich muss zur Apotheke, um Medizin zu kaufen.
Ik moet naar de apotheek om medicijnen te kopen.
Die Apotheke ist sonntags geschlossen.
De apotheek is op zondag gesloten.

Details

MeervoudApotheken

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Apothekedie Apotheken
genitiveder Apothekeder Apotheken
dativeder Apothekeden Apotheken
accusativedie Apothekedie Apotheken

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een etalage voor met een rood kruis en medicijnrekken — dat is een „Apotheke”.
⚧️die Apotheke — stel je een vrouwelijke apotheker voor die je begroet (die).

Opmerkingen

In het Duits geven apotheken ook advies; „Apotheke” is vrouwelijk.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek