verb
voorschrijven, fout schrijven, zich vergissen bij het schrijven
B1
verschreiben heeft twee belangrijke betekenissen: ‘voorschrijven’ (bijv. medicijnen) en, wederkerig, sich verschreiben = een schrijffout maken. Het is een sterk werkwoord: Präteritum verschrieb, Partizip verschrieben, perfect met haben.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich habe mir ein Medikament verschreiben lassen.
Ik heb een medicijn voorgeschreven gekregen.
Der Arzt verschreibt ein Antibiotikum.
De arts schrijft een antibioticum voor.
Der Arzt verschreibt mir ein Rezept.
De dokter schrijft mij een recept voor.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een arts voor die een recept overhandigt met slordig handschrift.
Klinkt als «verse-schrijver» — stel je een arts voor die een recept krabbelt.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Heeft twee veelvoorkomende betekenissen: niet-reflexief «jemandem etwas verschreiben» = voorschrijven (medicatie), reflexief «sich verschreiben» = iets verkeerd schrijven of een schrijffout maken.