verb
aannemen, veronderstellen, op zich nemen
B1
annehmen is een scheidbaar, sterk werkwoord met betekenissen als ‘aannemen’, ‘veronderstellen’ en ‘op zich nemen’. Vormen: ich nehme an, nahm an, hat angenommen. Het perfectum wordt gevormd met haben. Ook reflexief: sich annehmen von = zich om iemand bekommeren.
Voorbeelden
Ich nehme an, dass das Meeting um 10 Uhr beginnt.
Ik neem aan dat de vergadering om 10 uur begint.
Sie nahm das Angebot an.
Ze accepteerde het aanbod.
Der Manager nahm an, dass die Lieferung pünktlich käme, obwohl das Wetter schlecht war.
De manager ging ervan uit dat de levering op tijd zou aankomen, hoewel het weer slecht was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die knikt en een pakket met «An» erop aanneemt — hij neemt het aan (annehmen).
Klinkt als «an-NEH-men» → «ik neem dat op me».
Opmerkingen
Scheidbaar werkwoord dat in veel contexten wordt gebruikt. In wederkerig gebruik als «sich annehmen (von)» betekent het «zich om iemand bekommeren» of «voor iemand zorgen»; de betekenis verandert bij wederkerig gebruik.