verb
instappen, insteigen, opstappen
A1
einsteigen is een scheidbaar en sterk werkwoord. Betekenis: instappen, in een vervoermiddel gaan. Tegenwoordige tijd: du steigst ein; perfect: ist eingestiegen met sein. In hoofdzin scheidt het voorvoegsel ein- zich af.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Bitte zügig einsteigen, die Türen schließen.
Stapt u alstublieft snel in, de deuren sluiten.
Die Passagiere stiegen ein, nachdem der Zug verspätet gewesen war, weil ein technisches Problem aufgetreten war.
De passagiers stapten in nadat de trein vertraging had opgelopen door een technisch probleem.
Wo steigen wir ein?
Waar stappen we in?
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je in een treincoupé stapt — «ein» (in) + «steigen» (klimmen).
Klinkt als «in-sty-gan» — ga naar binnen.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Scheidbaar werkwoord (einsteigen). Gebruikt «sein» als hulpwerkwoord in voltooide tijden (ist eingestiegen). De stamklinker verandert in de verleden tijd (stieg). Passieve vormen zijn niet standaard voor dit onovergankelijke bewegingswerkwoord en zijn daarom niet van toepassing (persoonlijke passiefblokken zijn niet van toepassing).