verb
aanhebben, dragen
B1
anhaben betekent ‘aanhebben’ of ‘dragen’ bij kleding en accessoires. Het is een scheidbaar werkwoord: anhaben. Zwak en niet wederkerend; voltooid deelwoord: angehabt. In de hoofdzin scheidt an af: ich habe das Hemd an. Heel gebruikelijk in het dagelijks taalgebruik.
Voorbeelden
Hat er die Sonnenbrille an? Ja, er hat sie den ganzen Tag an.
Draagt hij de zonnebril? Ja, hij heeft hem de hele dag op.
Ich habe heute ein rotes Hemd an.
Ik draag vandaag een rood overhemd.
Er hat eine Brille angehabt.
Hij droeg een bril.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je het label van een jas voor met „ON” erop — je hebt het aan (anhaben).
klinkt als „on have” → je hebt iets „aan”.
Opmerkingen
Veelgebruikt scheidbaar werkwoord in gesproken Duits voor kleding. Voltooid deelwoord: „angehabt”. Lijdende vorm is zeldzaam, maar de vormen volgen de gewone passiefpatronen.