alle

pronoun
iedereen, allen, alle (meervoud)
A1

alle is een onbepaald voornaamwoord en betekent „allen”, „iedereen” of „alle”. Het werkwoord staat altijd in het meervoud: alle sind. Het kan ook vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord staan: alle Menschen. Niet verwarren met alles („alles”). Alleen meervoudsvormen.

Voorbeelden

Alle sind eingeladen.
Iedereen is uitgenodigd.
Ich habe alle Bücher gelesen.
Ik heb alle boeken gelezen.
Alle waren enttäuscht, als das Konzert abgesagt wurde, weil das Orchester krank war.
Iedereen was teleurgesteld toen het concert werd afgezegd, omdat het orkest ziek was.

Details

Typeindefinite
Verbuigingsvormen
nominative:[object Object]genitive:-dative:-accusative:[object Object]

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een menigte voor en wijs ernaar terwijl je 'alle' zegt (iedereen)
👂alle ~ als 'allemaal' — denk aan 'al die mensen'
⚧️n/a

Opmerkingen

'alle' wordt gebruikt voor verwijzingen in het meervoud; als bepaler stemt het overeen in getal en naamval ('alle Kinder', 'alle Leute'). | Alleen meervoudig voornaamwoord; enkelvoudsvormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek