Alarm

noun
alarm
B1

Alarm betekent ‘alarm’, ‘waarschuwing’ of ‘alarmsignaal’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Alarm, meervoud Alarme. Regelmatige verbuiging. Je gebruikt het voor sirenes, waarschuwingen, technische meldingen en ook voor een vals alarm. Veelvoorkomend woord.

Voorbeelden

Der laute Alarm weckte alle im Haus.
Het luide alarm maakte iedereen in huis wakker.
Die Sirene warnte alle, weil ein Alarm in der Fabrik ausgelöst wurde.
De sirene waarschuwde iedereen omdat er in de fabriek een alarm afging.
Der Alarm ging mitten in der Nacht los.
Het alarm ging midden in de nacht af.

Details

MeervoudAlarme

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Alarmdie Alarme
genitivedes Alarmsder Alarme
dativedem Alarmden Alarmen
accusativeden Alarmdie Alarme

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een loeiende sirene en knipperende lichten voor wanneer je ‘Alarm’ hoort.
👂Klinkt als het Engelse ‘alarm’.
⚧️Der Alarm — onthoud ‘der’ als bij een mannelijk apparaat/signaal.

Opmerkingen

Kan verwijzen naar een apparaat, een waarschuwingssignaal of een staat van paraatheid. Meervoud: die Alarme.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek