noun
alcohol
B1
Alkohol is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „alcohol”. Meestal gaat het om de stof in het algemeen en dan is het niet-telbaar; het meervoud Alkohole kan soorten alcohol of verpakkingen aanduiden. Lidwoord: der, genitief: des Alkohols.
Voorbeelden
Zu viel Alkohol ist schädlich für den Körper.
Te veel alcohol is schadelijk voor het lichaam.
Auf der Party wurde viel Alkohol getrunken.
Op het feest werd veel alcohol gedronken.
Die Polizei stellte fest, dass Alkohol im Blut des Fahrers war, weshalb die Ermittlungen aufgenommen wurden.
De politie stelde vast dat er alcohol in het bloed van de bestuurder zat, waarna het onderzoek werd gestart.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een fles voor met het etiket «Alkohol» op een plank.
klinkt als het Engelse «alcohol».
Der Alkohol — onthoud «der» zoals bij andere mannelijke drankwoorden (der Wein).
Opmerkingen
Meestal niet-telbaar in het Duits wanneer het om de stof gaat. In contexten zoals dranken moet je het type specificeren (bijv. alcoholgehalte).