Abt

noun
abt
B1

Abt is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Abt, meervoud Äbte. Het betekent ‘abt’, de overste van een klooster. Genitief enkelvoud: des Abtes. Religieuze en historische term; het meervoud heeft umlaut. Vooral gebruikt in kerkelijke context.

Voorbeelden

Der Abt ist der Vorsteher eines Klosters.
De abt is het hoofd van een klooster.
Der Abt segnete die Gemeinde nach dem Gottesdienst.
De abt zegende de gemeente na de dienst.
Die Gemeinde ehrte den Abt, weil er das Kloster jahrzehntelang geführt hatte.
De gemeenschap eerde de abt, omdat hij het klooster tientallen jaren had geleid.

Details

MeervoudÄbte

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Abtdie Äbte
genitivedes Abtesder Äbte
dativedem Abtden Äbten
accusativeden Abtdie Äbte

Ezelsbruggetjes

⚧️der Abt — 'der' is mannelijk; stel je een mannelijke abt voor met een 'der'-gewaad en een groot kruis.

Opmerkingen

Abt is een religieuze titel (hoofd van een abdij). Het meervoud wordt vaak geschreven als «Äbte». Formele en enigszins kerkelijke woordenschat.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek