absolut

adjective
absoluut, volstrekt
B1

absolut is een bijvoeglijk naamwoord en ook een bijwoord: ‘absoluut’, ‘volledig’, ‘helemaal’. Het drukt sterke nadruk uit en is meestal niet vergelijkbaar in trappen van vergelijking. Tegenstelling: relativ. Veelgebruikt in zowel spreektaal als schrijftaal.

Voorbeelden

Er ist absolut sicher, dass er morgen kommt.
Hij is er absoluut zeker van dat hij morgen komt.
Die Ergebnisse wären absolut notwendig gewesen, damit das Projekt weiterlaufen konnte.
De resultaten zouden absoluut noodzakelijk zijn geweest om het project te kunnen voortzetten.
Das ist eine absolute Notwendigkeit für das Projekt.
Dat is een absolute noodzaak voor het project.

Details

VergelijkbaarNee
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een stempel voor met ‘ABSOLUT’ erop om te laten zien dat iets definitief en totaal is.
👂Klinkt als het Engelse ‘absolute’ — dezelfde betekenis en sterke nadruk.

Opmerkingen

Wordt zowel als bijvoeglijk naamwoord gebruikt («absoluut») als informeel als bijwoordelijke versterker («absolut» = absoluut). Vergrotende trappen zijn zeldzaam; meestal worden in plaats daarvan versterkers gebruikt.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek