adjective
perfect, ideaal
B1
Bijvoeglijk naamwoord: perfekt betekent ‘perfect’, ‘ideaal’ of ‘zonder fouten’. Het is normaal te vergelijken: perfekter, am perfektesten. Hier is het geen voltooid deelwoord. Het wordt attributief of predicatief gebruikt en krijgt de gewone adjectiefuitgangen.
Voorbeelden
Das Bild ist perfekt aufgehängt.
Het schilderij hangt perfect.
Die Bildbearbeitung war perfekt, obwohl der Druck nicht die gleiche Qualität zeigte.
De beeldbewerking was perfect, hoewel de afdruk niet dezelfde kwaliteit liet zien.
Das ist die perfekte Lösung für dieses Problem.
Dit is de perfecte oplossing voor dit probleem.
Details
Ezelsbruggetjes
een voltooide puzzel met elk stukje op zijn plaats
hetzelfde als het Engelse ‘perfect’ — identieke betekenis
Opmerkingen
Als bijvoeglijk naamwoord betekent het ‘perfect’ of ‘ideaal’. Let op: met hoofdletter ‘Perfekt’ is het een zelfstandig naamwoord dat in de grammatica naar de verleden tijd verwijst (de voltooide tegenwoordige tijd).