adjective
relatief, betrekkelijk, relatief gezien
B1
relativ is een bijvoeglijk naamwoord en bijwoord met de betekenis ‘relatief’ of ‘in verhouding’. Het geeft aan dat iets afhangt van de context of van een vergelijking. Niet te verbuigen in betekenis van graad; geen trappen van vergelijking. Vaak in relativ gesehen en relativ zu + datief.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Obwohl die Aufgabe schwierig aussah, war sie relativ einfach, sodass viele Studenten sie schnell lösten.
Hoewel de taak moeilijk leek, was ze relatief eenvoudig, zodat veel studenten haar snel oplosten.
Der Erfolg ist relativ und hängt vom Kontext ab.
Succes is relatief en hangt af van de context.
Das Problem ist relativ einfach zu lösen.
Het probleem is relatief eenvoudig op te lossen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je twee weegschalen in evenwicht voor — wat aan de ene kant staat, is relatief aan de andere.
Klinkt als het Engelse 'relative' — dezelfde wortel en betekenis.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Als bijvoeglijk naamwoord betekent 'relativ' 'niet absoluut' of 'alleen betekenis hebbend in verhouding tot iets anders'. In het Duits kan het ook bijwoordelijk gebruikt worden (vaak 'relativ' = 'relatief').