noun
afscheid, vaarwel, vertrek
B1
mannelijk zelfstandig naamwoord: der Abschied betekent afscheid, vaarwel of vertrek. Meervoud: die Abschiede. Handige combinaties: Abschied nehmen von + datief, zum Abschied. Gebruik je voor een gewoon afscheid, maar ook voor een plechtige of emotionele afscheidsmoment.
Voorbeelden
Der plötzliche Abschied des Zuges überraschte alle.
Het plotselinge vertrek van de trein verraste iedereen.
Die Kolleginnen weinten, als sie beim Abschied bewegende Worte hörten.
De collega’s huilden toen ze ontroerende woorden hoorden bij het afscheid.
Ihr Abschied von der Firma war sehr emotional.
Haar afscheid van het bedrijf was erg emotioneel.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groep voor die op een station zwaait wanneer iemand vertrekt — die scène is een «Abschied».
Klinkt als ‘a-b-sheet’ — stel je voor dat je een afscheidsbrief op een vel schrijft.
der — denk aan «der Abschied» als «het afscheid van een man» (mannelijke anker); veel -d-woorden zijn mannelijk.
Opmerkingen
De genitief enkelvoud krijgt vaak -s (des Abschieds). Wordt gebruikt voor afscheid en vertrek; kan formeel of informeel zijn afhankelijk van de context.