Verkehrsmittel

noun
vervoermiddel, transportmiddel, voertuig
A2

Onzijdig zelfstandig naamwoord: das Verkehrsmittel, ‘vervoermiddel’ of ‘transportmiddel’. Het meervoud is gelijk aan het enkelvoud: die Verkehrsmittel. Vooral in het meervoud heel gebruikelijk, bv. öffentliche Verkehrsmittel. Genitief enkelvoud: des Verkehrsmittels.

Voorbeelden

Da viele Verkehrsmittel ausfielen, entschieden sich die Pendler, früher aufzubrechen, damit sie pünktlich bei der Arbeit ankamen.
Omdat veel vervoermiddelen uitvielen, besloten de forenzen eerder te vertrekken zodat ze op tijd op het werk aankwamen.
Welche Verkehrsmittel nutzen Sie?
Welke vervoermiddelen gebruikt u?
Ein Fahrrad ist oft das schnellste Verkehrsmittel im Zentrum.
Een fiets is vaak het snelste vervoermiddel in het stadscentrum.

Details

MeervoudVerkehrsmittel

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Verkehrsmitteldie Verkehrsmittel
genitivedes Verkehrsmittelsder Verkehrsmittel
dativedem Verkehrsmittelden Verkehrsmitteln
accusativedas Verkehrsmitteldie Verkehrsmittel

Ezelsbruggetjes

👁️Pictogrammen van bus, trein en fiets samen gegroepeerd
👂Denk aan ‘verkehrs + mittel’ = traffic + middle (methods) ⇒ vervoermiddelen
⚧️das — stel je ‘das Verkehrsmittel’ voor als een neutrale doos met veel vervoersopties

Opmerkingen

Samengesteld zelfstandig naamwoord (Verkehr + Mittel). Het meervoud is meestal gelijk aan het enkelvoud: die Verkehrsmittel.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek