noun
verkeersbord, verkeersteken
B1
Verkehrszeichen is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent „verkeersbord” of „verkeerssignaal”. Meervoud: die Verkehrszeichen. Genitief enkelvoud: des Verkehrszeichens. Samenstelling van Verkehr + Zeichen. Veel gebruikt in de verkeersregels: ein Verkehrszeichen beachten, aufstellen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich beachte die Verkehrszeichen.
Ik let op de verkeersborden.
Das Verkehrszeichen zeigt an, dass hier ein Zebrastreifen ist.
Het verkeersbord geeft aan dat hier een zebrapad is.
Der Busfahrer übersah das neue Verkehrszeichen, weil die Sonne tief stand und er geblendet wurde.
De buschauffeur zag het nieuwe verkeersbord over het hoofd omdat de zon laag stond en hij werd verblind.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een rood driehoekig waarschuwingsbord langs de weg voor — dat is een Verkehrszeichen.
Verkehrszeichen — denk aan « verkehrs » = verkeer, « zeichen » = teken; klinkt als « traffic-sign ».
das — stel je het bord voor als een neutraal object (een plaat), gebruik « das Verkehrszeichen ».
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Samengesteld woord: Verkehrs- (verkeer) + Zeichen (teken). Het meervoud is vaak gelijk aan het enkelvoud in vorm.