Taschengeld

noun
zakgeld, zakgeld voor kinderen
A2

Taschengeld (das Taschengeld) betekent ‘zakgeld’: geld dat kinderen regelmatig van hun ouders krijgen. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord; meervoud: Taschengelder. Gewone verbuiging. Samenstelling van Tasche + Geld. Veelgebruikte combinaties: Taschengeld bekommen, ausgeben, sparen.

Voorbeelden

Der Junge gab einen Teil seines Taschengeldes aus, damit er das neue Spiel kaufen konnte.
De jongen gaf een deel van zijn zakgeld uit, zodat hij het nieuwe spel kon kopen.
Mein Bruder bekommt jeden Monat Taschengeld.
Mijn broer krijgt elke maand zakgeld.
Wie viel Taschengeld bekommst du pro Woche?
Hoeveel zakgeld krijg je per week?

Details

MeervoudTaschengelder

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Taschengelddie Taschengelder
genitivedes Taschengeldesder Taschengelder
dativedem Taschengeldden Taschengeldern
accusativedas Taschengelddie Taschengelder

Ezelsbruggetjes

👁️Visualiseer een kleine portemonnee met het label «Taschengeld» en munten erin.
👂Taschen- ~ geen directe Engelse match; denk aan «pocket» (Tasche).
⚧️das — denk aan «das Geld» (onzijdig), dus «das Taschengeld».

Opmerkingen

Meestal niet-telbaar; vaak gebruikt voor kleine bedragen die aan kinderen worden gegeven. Veelvoorkomende combinaties: « Taschengeld bekommen/geben ».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek