noun
oma, grootmoeder
A1
Oma is een informeel vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘oma’ of ‘grootmoeder’. Lidwoord: die. Meervoud: Omas. Formeler woord: Großmutter. Verbuigt als een gewoon vrouwelijk woord: die Oma, der Oma. Veel gebruikt in een warme, vertrouwde context.
Voorbeelden
Meine Oma backt den besten Apfelkuchen.
Mijn oma bakt de lekkerste appeltaart.
Die Kinder erzählten, dass die Oma ihnen früher oft Geschichten vorlas, bevor sie ins Bett gingen.
De kinderen vertelden dat oma hen vroeger vaak verhalen voorlas voordat ze naar bed gingen.
Meine Oma backt einen Kuchen.
Mijn oma bakt een taart.
Details
Ezelsbruggetjes
Een warme keukenscène met een glimlachende ‘Oma’ aan tafel.
die — stel je een grootmoeder (vrouwelijk) voor die ‘die Oma’ heet en koekjes bakt.