noun
kleding, kleren, kledij
A1
Kleidung betekent „kleding” of „kleren”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Kleidung. Meestal is het niet-telbaar en heeft het geen gangbare meervoudsvorm. Het duidt de kleding als geheel aan; voor een los kledingstuk gebruik je Kleidungsstück.
Voorbeelden
Er kauft neue Kleidung.
Hij koopt nieuwe kleding.
Ich kaufe Kleidung.
Ik koop kleding.
Die Firma verschickte die Kleidung, nachdem die Zahlung bestätigt wurde.
Het bedrijf verzond de kleding nadat de betaling was bevestigd.
Details
Ezelsbruggetjes
een kledingkast vol kleren met het label ‘Kleidung’
kleidung → ‘clothing’ (verbonden via betekenis)
Opmerkingen
Massanaamwoord; meestal zonder meervoud gebruikt. Indien nodig kan ‘Kleidungsstücke’ worden gebruikt voor telbare items. | Alleen enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.