Kleidung

noun
kleding, kleren, kledij
A1

Kleidung betekent „kleding” of „kleren”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Kleidung. Meestal is het niet-telbaar en heeft het geen gangbare meervoudsvorm. Het duidt de kleding als geheel aan; voor een los kledingstuk gebruik je Kleidungsstück.

Voorbeelden

Er kauft neue Kleidung.
Hij koopt nieuwe kleding.
Ich kaufe Kleidung.
Ik koop kleding.
Die Firma verschickte die Kleidung, nachdem die Zahlung bestätigt wurde.
Het bedrijf verzond de kleding nadat de betaling was bevestigd.

Details

Meervoud

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Kleidungnot applicable
genitiveder Kleidungnot applicable
dativeder Kleidungnot applicable
accusativedie Kleidungnot applicable

Ezelsbruggetjes

👁️een kledingkast vol kleren met het label ‘Kleidung’
👂kleidung → ‘clothing’ (verbonden via betekenis)

Opmerkingen

Massanaamwoord; meestal zonder meervoud gebruikt. Indien nodig kan ‘Kleidungsstücke’ worden gebruikt voor telbare items. | Alleen enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek