noun
training, oefening, trainingsoefening, work-out
A2
Training is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Training, meervoud die Trainings. Betekent training, oefening of workout, vooral in sport, maar ook in professionele scholing. Genitief: des Trainings. Het meervoud op -s past bij dit leenwoord.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Sie hat viel Training vor dem Wettkampf gemacht.
Ze heeft veel getraind voor de wedstrijd.
Ich gehe ins Training.
Ik ga naar de training.
Das Training beginnt um 18 Uhr.
De training begint om 18.00 uur.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Visualiseer een trainingssessie met mensen die sporten of een vaardigheid oefenen.
Hetzelfde als Engels ‘training’.
das — denk aan ‘das Training’ als een sessie (onzijdig gebeurteniswoord).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak als niet-telbaar zelfstandig naamwoord gebruikt; het meervoud «Trainings» is gebruikelijk voor sessies.