noun
winnaar, kampioen, overwinnaar
B1
Sieger betekent „winnaar” of „kampioen”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Sieger. Het meervoud blijft gelijk: die Sieger. Genitief enkelvoud: des Siegers. Veelgebruikt in sport, wedstrijden en ook figuurlijk voor iemand die wint.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Nach einem harten Turnier wurde er zum Sieger gekürt.
Na een zwaar toernooi werd hij tot winnaar gekroond.
Der Sieger hob die Trophäe hoch und lächelte.
De winnaar hief de trofee omhoog en glimlachte.
Nach dem Wettkampf gratulierten viele Zuschauer dem Sieger, weil er eine gute Leistung zeigte.
Na de wedstrijd feliciteerden veel toeschouwers de winnaar, omdat hij een goede prestatie had geleverd.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een persoon op een podium voor die een grote trofee in de vorm van een ‘S’ vasthoudt (S van Sieger).
Klinkt als ‘see-ger’ (stel je iemand voor die de overwinning ‘ziet’).
der (mannelijk) — denk aan ‘der Sieger’ met het mannelijke lidwoord ‘der’, als ‘de sterke man’.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelvoorkomend in sport- en wedstrijdcontexten. Het meervoud is in vorm gelijk aan het enkelvoud (die Sieger). Kan figuurlijk worden gebruikt (bijv. «der wirtschaftliche Sieger»).