Sieger

noun
winnaar, kampioen, overwinnaar
B1

Sieger betekent „winnaar” of „kampioen”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Sieger. Het meervoud blijft gelijk: die Sieger. Genitief enkelvoud: des Siegers. Veelgebruikt in sport, wedstrijden en ook figuurlijk voor iemand die wint.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Nach einem harten Turnier wurde er zum Sieger gekürt.
Na een zwaar toernooi werd hij tot winnaar gekroond.
Der Sieger hob die Trophäe hoch und lächelte.
De winnaar hief de trofee omhoog en glimlachte.
Nach dem Wettkampf gratulierten viele Zuschauer dem Sieger, weil er eine gute Leistung zeigte.
Na de wedstrijd feliciteerden veel toeschouwers de winnaar, omdat hij een goede prestatie had geleverd.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALSieger

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Siegerdie Sieger
genitivedes Siegersder Sieger
dativedem Siegerden Siegern
accusativeden Siegerdie Sieger

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een persoon op een podium voor die een grote trofee in de vorm van een ‘S’ vasthoudt (S van Sieger).
👂Klinkt als ‘see-ger’ (stel je iemand voor die de overwinning ‘ziet’).
⚧️der (mannelijk) — denk aan ‘der Sieger’ met het mannelijke lidwoord ‘der’, als ‘de sterke man’.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Veelvoorkomend in sport- en wedstrijdcontexten. Het meervoud is in vorm gelijk aan het enkelvoud (die Sieger). Kan figuurlijk worden gebruikt (bijv. «der wirtschaftliche Sieger»).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS