conjunction
maar juist, maar eerder, in plaats daarvan
B1
sondern betekent ‘maar juist’, ‘maar in plaats daarvan’ of ‘niet A, maar B’. Je gebruikt het na een ontkenning om te corrigeren of te contrasteren: nicht A, sondern B. Het is een nevenschikkend voegwoord en verbindt gelijkwaardige delen.
Voorbeelden
Er bestellte nicht den Kaffee, sondern den Tee, weil ihm der Kaffee zu stark war.
Hij bestelde niet de koffie, maar de thee, omdat de koffie te sterk voor hem was.
Ich trinke keinen Kaffee, sondern Tee.
Ik drink geen koffie, maar thee.
Wir sind nicht ins Kino gegangen, sondern sind zu Hause geblieben.
We zijn niet naar de bioscoop gegaan, maar zijn thuis gebleven.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je één optie doorstreept en ernaast een andere schrijft, met «sondern» ertussen om het contrast te tonen.
Klinkt als «son-der» — denk: «niet dit, maar dat».
Opmerkingen
Een nevenschikkend voegwoord dat wordt gebruikt om na een ontkennende zin een alternatief te geven (bijv. «nicht ... sondern ...»). Het zet twee elementen tegenover elkaar en plaatst de werkwoordsvorm niet aan het einde.