Schrecken

noun
verschrikking, angst, schrik
B1

Schrecken is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘schrik’, ‘angst’ of ‘terreur’. Meervoud: Schrecken. Genitief enkelvoud: des Schreckens. Handige uitdrukkingen: vor Schrecken, jemanden in Schrecken versetzen. Veel gebruikt in taal en literatuur.

Voorbeelden

Der Gedanke an Krieg erfüllte die Menschen mit Schrecken.
De gedachte aan oorlog vervulde de mensen met afschuw.
Der Anblick der Unfallstelle löste großen Schrecken aus.
De aanblik van de plaats van het ongeluk veroorzaakte grote schrik.
Die Nachricht versetzte die Familie in großen Schrecken, weil niemand mit so einer schnellen Entwicklung gerechnet hatte.
Het nieuws bracht de familie in grote schrik, omdat niemand op zo'n snelle ontwikkeling had gerekend.

Details

MeervoudSchrecken

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Schreckendie Schrecken
genitivedes Schreckensder Schrecken
dativedem Schreckenden Schrecken
accusativeden Schreckendie Schrecken

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een donkere scène voor met het label ‘Schrecken’ (verschrikking) in grote, dramatische letters.
👂Denk aan ‘shreck-en’ — een sterkere vorm van Schreck, zoals ‘schokkend’.
⚧️DER Schrecken — stel je een mannelijke figuur voor die de verschrikking voorstelt.

Opmerkingen

Schrecken is een sterkere of meer literaire term dan Schreck en kan terreur of diepe angst betekenen. Het wordt ook gebruikt in vaste uitdrukkingen en literaire contexten.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek