noun
schrik, schok
B1
Schreck is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „schrik”, „plotselinge angst” of „shock”. Meervoud: Schrecken; genitief enkelvoud: des Schreckens. Veelgebruikte uitdrukking: einen Schreck bekommen, „ergens van schrikken”. Komt vaak voor in alledaagse taal.
Voorbeelden
Sie bekam einen großen Schreck, als das Licht ausging.
Ze schrok zich rot toen het licht uitging.
Der laute Knall versetzte mir einen großen Schreck.
De harde knal deed me erg schrikken.
Der plötzliche Knall löste bei allen einen Schreck aus.
De plotselinge knal deed iedereen schrikken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een stripfiguur voor die achteruit springt met het onderschrift „Schreck!”.
Klinkt als „Shrek” — stel je voor dat je bang wordt van een luidruchtige ogre.
DER Schreck — stel je een mannelijk personage voor als oorzaak van de schrik.
Opmerkingen
„Schreck” verwijst naar een plotseling gevoel van angst of verrassing. Het wordt vaak gebruikt in uitdrukkingen zoals „einen Schreck bekommen”.