noun
verkoudheid, snotneus, neusverkoudheid
B1
Schnupfen betekent ‘verkoudheid’ of vooral ‘loopneus’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schnupfen, genitief des Schnupfens. Een meervoud wordt zelden gebruikt; meestal behandelt men het als niet-telbaar. Vaak in de winter of bij milde verkoudheid.
Voorbeelden
Bei einem Schnupfen läuft die Nase.
Bij verkoudheid loopt je neus.
Ich habe Schnupfen und muss Taschentücher mitnehmen.
Ik heb verkoudheid en moet zakdoekjes meenemen.
Bei kaltem Wetter bekomme ich oft einen Schnupfen.
Bij koud weer krijg ik vaak een loopneus.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor met een rode neus en tissues, met het woord «Schnupfen» op de tissuebox.
Klinkt als «snoop» + «fen» — stel je iemand voor die snuffelt en snuift.
DER Schnupfen — denk aan een man («der») die snuift met een zakdoek.
Opmerkingen
«Schnupfen» wordt vaak gebruikt voor de symptomen van een gewone verkoudheid (lopende/verstopte neus). In het dagelijks taalgebruik wordt het meestal als een enkelvoudig, massaal zelfstandig naamwoord behandeld. | Alleen enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.