noun
roos
A2
Rose betekent „roos” als bloem. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Rose. Meervoud: Rosen. Genitief enkelvoud: der Rose; datief meervoud: den Rosen. Typische vrouwelijke verbuiging met meervoud op -en.
Voorbeelden
Die Rose im Garten blüht im Juni.
De roos in de tuin bloeit in juni.
Der Gärtner pflanzte viele Rosen, weil die Frühlingszeit ideal dafür war.
De tuinman plantte veel rozen, omdat de lente daar ideaal voor was.
Ich schenke dir eine Rose.
Ik geef je een roos.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een felrode roos voor waarvan de bloemblaadjes de letter R vormen.
Klinkt als het Engelse ‘rose’ (de bloem).
die Rose — vrouwelijk: stel je een koningin (die) voor die een roos vasthoudt.
Opmerkingen
Een veelvoorkomend vrouwelijk zelfstandig naamwoord, zowel voor de bloem als figuurlijk gebruikt (bijv. «alles is rozengeur en maneschijn»).