adjective
rood
A1
rot betekent „rood”. Het is een bijvoeglijk naamwoord voor kleur en wordt verbogen volgens geslacht, naamval en lidwoord. Vergrotende trap: röter; overtreffende trap: am rötesten. Je gebruikt het attributief en predicatief. Heel vaak in kleurbeschrijvingen.
Voorbeelden
Das Auto ist rot.
De auto is rood.
Das Auto, das gestern am Straßenrand stand, war rot, weil der Besitzer es erst kürzlich lackiert hatte.
De auto die gisteren langs de weg stond, was rood, omdat de eigenaar hem pas onlangs had geverfd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een felrood stopbord voor telkens wanneer je «rot» hoort.
Rot klinkt als het Engelse «rot»; denk aan rood.
Bijvoeglijk naamwoord — geen geslacht, maar met «die» (die rote Blume) kun je het vrouwelijke lidwoord met een rode bloem visualiseren.
Opmerkingen
Standaard bijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap is «röter» en overtreffende trap «am rötesten» (of «rot — röter — am rötesten»).