noun
plant
A2
Pflanze is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Pflanze, meervoud Pflanzen. Het betekent ‘plant’ in de zin van een levend organisme. De verbuiging is regelmatig: der Pflanze, den Pflanzen. Veel gebruikt in botanie, tuinieren en huishouden.
Voorbeelden
Die Pflanze braucht Wasser.
De plant heeft water nodig.
Ich habe viele Pflanzen in meiner Wohnung.
Ik heb veel planten in mijn appartement.
Die Gärtnerin goss die Pflanze, weil die Erde sehr trocken wirkte.
De tuinierster gaf de plant water omdat de aarde erg droog leek.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een potplant op de vensterbank voor.
Klinkt als ‘plant’
die (vrouwelijk) — denk aan ‘die Pflanze’ zoals ‘die Blume’.
Opmerkingen
Kan een kamerplant betekenen of elke plant in tuincontext.