noun
mode, fashion, stijl
A2
Mode (v.) betekent ‘mode’ of ‘stijl’ en verwijst naar kledingtrends en esthetische voorkeuren. Meervoud: Moden. Veelgebruikte uitdrukking: in Mode sein = ‘in de mode zijn’. Komt ook voor in samenstellingen zoals Modedesigner en Modebranche.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Redaktion berichtete, dass die neue Mode zu Beginn der Saison präsentiert wurde, obwohl viele Kunden konservativ blieben.
De redactie meldde dat de nieuwe mode aan het begin van het seizoen werd gepresenteerd, hoewel veel klanten conservatief bleven.
In dieser Stadt ist die Mode sehr modern.
De mode in deze stad is erg modern.
Er hat einen eigenen Modestil.
Hij heeft zijn eigen kledingstijl.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een modeshow voor met modellen in trendy kleding met het label 'Mode'.
Mode → 'mode' in het Engels (mode/fashion) — dezelfde wortel.
die Mode — denk aan 'die Kleidung' (vrouwelijk) om het vrouwelijke geslacht te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Meestal niet-telbaar wanneer het over mode in het algemeen gaat. Meervoud 'Moden' wanneer het om historische modes/stijlen gaat.