Mode

noun
mode, fashion, stijl
A2

Mode (v.) betekent ‘mode’ of ‘stijl’ en verwijst naar kledingtrends en esthetische voorkeuren. Meervoud: Moden. Veelgebruikte uitdrukking: in Mode sein = ‘in de mode zijn’. Komt ook voor in samenstellingen zoals Modedesigner en Modebranche.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Die Redaktion berichtete, dass die neue Mode zu Beginn der Saison präsentiert wurde, obwohl viele Kunden konservativ blieben.
De redactie meldde dat de nieuwe mode aan het begin van het seizoen werd gepresenteerd, hoewel veel klanten conservatief bleven.
In dieser Stadt ist die Mode sehr modern.
De mode in deze stad is erg modern.
Er hat einen eigenen Modestil.
Hij heeft zijn eigen kledingstijl.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALModen

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Modedie Moden
genitiveder Modeder Moden
dativeder Modeden Moden
accusativedie Modedie Moden

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een modeshow voor met modellen in trendy kleding met het label 'Mode'.
👂Mode → 'mode' in het Engels (mode/fashion) — dezelfde wortel.
⚧️die Mode — denk aan 'die Kleidung' (vrouwelijk) om het vrouwelijke geslacht te onthouden.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Meestal niet-telbaar wanneer het over mode in het algemeen gaat. Meervoud 'Moden' wanneer het om historische modes/stijlen gaat.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS