Polizist

noun
politieagent, agent
B1

Polizist betekent „politieagent” of „policeman”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Polizist, meervoud die Polizisten. Het hoort bij de zwakke verbuiging, dus in genitief, datief en accusatief enkelvoud staat vaak -en: des/dem/den Polizisten. Vrouwelijke vorm: Polizistin.

Voorbeelden

Die Zeugen beschrieben den Polizisten, dem sie die Wegbeschreibung gegeben hatten, und die Polizei bedankte sich später.
De getuigen beschreven de politieagent aan wie ze de routebeschrijving hadden gegeven, en de politie bedankte hen later.
Der Polizist hat den Verkehr geregelt.
The policeman directed the traffic.
Der Polizist ist ein erfahrener Beamter in der Polizeidienststelle.
De politieagent is een ervaren ambtenaar op het politiebureau.

Details

MeervoudPolizisten

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Polizistdie Polizisten
genitivedes Polizistender Polizisten
dativedem Polizistenden Polizisten
accusativeden Polizistendie Polizisten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een politieagent in uniform voor die het verkeer regelt om Polizist te onthouden.
👂Polizist klinkt als ‘police’ + ‘-ist’.
⚧️der (mannelijk) — veel traditionele functietitels voor mannen krijgen ‘der’ (der Polizist).

Opmerkingen

Polizist wordt meestal gebruikt voor mannelijke agenten; Polizistin is de vrouwelijke vorm. Het meervoud is Polizisten; let op het zwakke verbuigingspatroon in de genitief/datief enkelvoud.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek