Schild

noun
bord, schild, teken
A1

Schild is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘bord’, ‘teken’ of ‘schild’. Meervoud: Schilder. Regelmatige verbuiging: des Schildes, den Schildern, der Schilder. Vaak gebruikt voor verkeersborden, naamborden en wapenschilden.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Das Schild zeigt den Weg zur Bibliothek.
Het bord wijst de weg naar de bibliotheek.
Er hält ein altes Schild aus Metall.
Hij houdt een oud metalen schild vast.
Die Passanten bemerkten die Gefahr, weil an dem alten Schild die Schrift kaum lesbar gewesen war, und sie forderten, dass ein neues Schild angebracht würde.
De voorbijgangers merkten het gevaar op, omdat de tekst op het oude bord nauwelijks leesbaar was geweest, en zij eisten dat er een nieuw bord werd aangebracht.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALSchilder

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedas Schilddie Schilder
genitivedes Schildesder Schilder
dativedem Schildden Schildern
accusativedas Schilddie Schilder

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een straatbord of een middeleeuws schild voor
👂klinkt als Engels 'shield' (vergelijkbare betekenis)
⚧️das — denk aan 'das Schild' zoals 'das Bild' (onzijdig)

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Schild kan verwijzen naar een bord (Straßenschild) of een fysiek schild. Meervoud: Schilder.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS