Passwort

noun
wachtwoord
A2

Passwort (onz.) betekent ‘wachtwoord’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Passwort; onregelmatig meervoud: Passwörter. Genitief enkelvoud: des Passworts; datief meervoud: den Passwörtern. Veelgebruikt in IT en beveiliging; houd het geheim.

Voorbeelden

Der Nutzer erinnerte sich nicht an das Passwort, weil das Dokument, auf dem es stand, verloren ging.
De gebruiker herinnerde zich het wachtwoord niet, omdat het document waarop het stond verloren was gegaan.
Bitte gib dein Passwort ein, um dich anzumelden.
Voer uw wachtwoord in om in te loggen.
Ich habe mein Passwort vergessen.
Ik ben mijn wachtwoord vergeten.

Details

MeervoudPasswörter

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Passwortdie Passwörter
genitivedes Passwortsder Passwörter
dativedem Passwortden Passwörtern
accusativedas Passwortdie Passwörter

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een sleutel van letters voor, een 'woord-sleutel', die een digitaal slot met 'Login' opent.
👂Denk aan 'pass' + 'word' — een woord waarmee je mag passeren.
⚧️das Passwort — denk aan een klein digitaal 'das'-schild dat het wachtwoord beschermt.

Opmerkingen

Meervoud meestal 'Passwörter'. Genitief enkelvoud is meestal 'des Passworts' (soms 'des Passwortes'). Vaak gebruikt in computer- en internetcontexten voor accounttoegang en beveiliging.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek