adjective
passief
B1
passiv is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘passief’: niet actief of zonder eigen initiatief. Het kan ook naar de lijdende vorm in de grammatica verwijzen. Het is vergelijkbaar: passiver, am passivsten. Tegenovergestelde: aktiv.
Voorbeelden
Der Zeuge blieb passiv, obwohl die Fragen klar und wiederholt gestellt wurden.
De getuige bleef passief, hoewel de vragen duidelijk en herhaaldelijk werden gesteld.
Er ist in Gruppendiskussionen oft sehr passiv.
Hij is in groepsdiscussies vaak erg passief.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die achterover leunt en anderen laat handelen — dat beeld staat voor passief zijn.
Klinkt als het Engelse «passive» — dezelfde betekenis en vergelijkbare uitspraak.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt om gedrag te beschrijven (passief) en komt ook voor in grammaticale contexten (Passiv = lijdende vorm), maar hier is het het bijvoeglijk naamwoord met de betekenis «niet actief» of «inactief».