Opfer

noun
slachtoffer, offer
B1

Opfer is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Opfer, meervoud die Opfer. Het betekent afhankelijk van de context ‘slachtoffer’ of ‘offer’. Genitief enkelvoud: des Opfers. Veel gebruikt in juridische, nieuws- en religieuze context.

Voorbeelden

Das Opfer rief die Polizei.
Het slachtoffer belde de politie.
Im alten Mythos brachte man oft ein Opfer, um die Götter zu besänftigen.
In de oude mythe bracht men vaak een offer om de goden te verzoenen.
Das Opfer des Unfalls wurde ins Krankenhaus gebracht.
Het slachtoffer van het ongeluk werd naar het ziekenhuis gebracht.

Details

MeervoudOpfer

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Opferdie Opfer
genitivedes Opfersder Opfer
dativedem Opferden Opfern
accusativedas Opferdie Opfer

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die iets offert op een altaar, of een persoon die als slachtoffer wordt aangeduid.
👂Opfer lijkt op ‘offer’ (ezelsbrug: een offer of slachtoffer).
⚧️das — onzijdig: onthoud ‘das Opfer’ als een abstract zelfstandig naamwoord.

Opmerkingen

Kan «slachtoffer» betekenen (van een misdrijf, ongeluk) of «offer» (ritueel). Het meervoud is «Opfer» (hetzelfde als het enkelvoud), met een datief meervoud vaak «Opfern».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek