noun
slachtoffer, offer
B1
Opfer is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Opfer, meervoud die Opfer. Het betekent afhankelijk van de context ‘slachtoffer’ of ‘offer’. Genitief enkelvoud: des Opfers. Veel gebruikt in juridische, nieuws- en religieuze context.
Voorbeelden
Das Opfer rief die Polizei.
Het slachtoffer belde de politie.
Im alten Mythos brachte man oft ein Opfer, um die Götter zu besänftigen.
In de oude mythe bracht men vaak een offer om de goden te verzoenen.
Das Opfer des Unfalls wurde ins Krankenhaus gebracht.
Het slachtoffer van het ongeluk werd naar het ziekenhuis gebracht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die iets offert op een altaar, of een persoon die als slachtoffer wordt aangeduid.
Opfer lijkt op ‘offer’ (ezelsbrug: een offer of slachtoffer).
das — onzijdig: onthoud ‘das Opfer’ als een abstract zelfstandig naamwoord.
Opmerkingen
Kan «slachtoffer» betekenen (van een misdrijf, ongeluk) of «offer» (ritueel). Het meervoud is «Opfer» (hetzelfde als het enkelvoud), met een datief meervoud vaak «Opfern».