noun
dode, overledene, dood persoon
B1
Tote (der Tote) betekent „een dode” of, in het meervoud, „de doden”. Het is een mannelijk zwak zelfstandig naamwoord: enkelvoud der Tote, meervoud die Toten. Let op de datief meervoud: den Toten. Vaak gebruikt in formele of journalistieke context.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Tote wurde am Nachmittag identifiziert.
De dode werd in de namiddag geïdentificeerd.
Bei dem Unfall gab es leider eine Tote.
Bij het ongeluk viel helaas één dode.
Nach dem Unfall kümmerten sich Helfer um die Verletzten, während die Toten geborgen wurden.
Na het ongeluk ontfermden hulpverleners zich over de gewonden, terwijl de doden werden geborgen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een plechtige rij kaarsen voor met het label ‘Tote’ (de doden) om het woord aan rouw te koppelen.
Klinkt een beetje als ‘toad’ — stel je een padstandbeeld bij een graf voor om te onthouden dat het over iemand gaat die is gestorven.
der — denk aan ‘der Tote’ (een specifieke mannelijke overledene) wanneer je het woord voor het eerst leert (de mannelijke vorm is gebruikelijk in woordenboeken).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Tote kan voorkomen als «der Tote» (mannelijke overledene) of «die Tote» (vrouwelijke overledene); in het meervoud is het «die Toten». De invoer hier gebruikt de mannelijke basisvorm zoals die vaak in woordenboeken staat.