adjective
optimistisch
B1
optimistisch is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘optimistisch’, ‘hoopvol’ of ‘positief ingesteld’. Vergrotende trap: optimistischer; overtreffende trap: am optimistischsten. Tegenovergestelde: pessimistisch. Je gebruikt het voor personen, houdingen en verwachtingen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Eltern blieben optimistisch, obwohl die Ärzte eine längere Behandlung empfohlen hatten.
De ouders bleven optimistisch, hoewel de artsen een langere behandeling hadden aanbevolen.
Sie ist optimistisch, dass alles gut wird.
Ze is optimistisch dat alles goed zal komen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je iemand voor die glimlachend naar een zonsopgang kijkt en een goede dag verwacht.
Klinkt als ‘optic-mystic’ — stel je een mysticus met heldere brillen voor die goede dingen verwacht.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak gebruikt om een positieve kijk te beschrijven; geen speciale verbuiging omdat het een bijvoeglijk naamwoord is. Kan predicatief worden gebruikt (« ist optimistisch ») of attributief met uitgangen (« ein optimistischer Mensch »).