Orange

noun
sinaasappel, oranje
A2

Orange betekent vooral ‘sinaasappel’ en kan ook de kleur oranje aanduiden. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Orange, meervoud Orangen. Voor de kleur gebruikt men vaak het onveranderlijke bijvoeglijk naamwoord orange.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Die Kundin kaufte eine Orange, weil sie eine gesunde Zwischenmahlzeit suchte.
De klant kocht een sinaasappel omdat ze op zoek was naar een gezonde snack.
Ich esse gerne Orangen.
Ik eet graag sinaasappels.
Ich esse eine Orange.
Ik eet een sinaasappel.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALOrangen

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Orangedie Orangen
genitiveder Orangeder Orangen
dativeder Orangeden Orangen
accusativedie Orangedie Orangen

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een ronde sinaasappel voor met het label ‘Orange’
👂klinkt hetzelfde als Engels ‘orange’ — makkelijk te onthouden
⚧️die Orange — stel je een vrouwelijke sinaasappelboom met bloemen voor (die)

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer het om de vrucht gaat. De kleur ‘Orange’ wordt ook als zelfstandig naamwoord/bijvoeglijk naamwoord gebruikt.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS