noun
oktober
A1
Oktober is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Oktober. Het betekent de tiende maand van het jaar. Vaak gebruik je im Oktober. Genitief: des Oktobers. Een meervoud is zelden nodig.
Voorbeelden
Der Veranstalter erinnerte daran, dass das Festival im Oktober stattfinden würde, obwohl das Programm noch nicht komplett war.
De organisator herinnerde eraan dat het festival in oktober zou plaatsvinden, hoewel het programma nog niet compleet was.
Der Oktober hat kühles Wetter.
Oktober heeft koel weer.
Im Oktober werden die Blätter der Bäume bunt.
In oktober krijgen de bladeren van de bomen mooie kleuren.
Details
Ezelsbruggetjes
Een kalender met oktober en herfstbladeren.
de — stel je een man voor die in oktober hout hakt.