noun
maart
A1
März betekent ‘maart’, de maand van het jaar. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der März. Meestal gebruik je het enkelvoud; het meervoud Märze bestaat, maar is zeldzaam en literair. Genitief enkelvoud: des März, zonder -s. Maanden krijgen een hoofdletter.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Firma kündigte an, dass die Lieferung im März kommen würde, weil die Teile noch unterwegs waren.
Het bedrijf kondigde aan dat de levering in maart zou aankomen, omdat de onderdelen nog onderweg waren.
Im März beginnt der Frühling.
In maart begint de lente.
Im März beginnt der Frühling.
In maart begint de lente.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een kalenderpagina voor met «März» en lentebloemen
klinkt als Engels «Mars» (de planeet) — maar onthoud dat het de maand maart is.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Naam van de maand; mannelijk in het Duits.