noun
olie
A1
Öl betekent ‘olie’ of, afhankelijk van de context, ‘olie/petroleum’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Öl. Meestal is het een ongeteld massawoord, maar Öle bestaat voor verschillende soorten olie. Genitief enkelvoud: des Öls. Veel gebruikt in dagelijks taalgebruik en techniek.
Voorbeelden
Zum Braten verwende ich am liebsten Olivenöl.
Om te bakken gebruik ik het liefst olijfolie.
Die Mechaniker fanden Öl unter dem Wagen, als sie die Bremsen prüften.
De monteurs vonden olie onder de auto toen ze de remmen controleerden.
Das Öl ist in der Küche.
De olie staat in de keuken.
Details
Ezelsbruggetjes
lijkt op en klinkt als het Engelse ‘oil’ — onthoud dat de betekenis hetzelfde is.
das (onzijdig) — stel je een neutrale fles voor met ‘DAS ÖL’ erop om het onzijdig te onthouden.
Opmerkingen
Meestal niet-telbaar wanneer het om kookolie gaat; het meervoud «Öle» wordt gebruikt voor verschillende soorten olie.