Ohr

noun
oor
A2

Ohr betekent ‘oor’ en kan, afhankelijk van de context, zowel het lichaamsdeel als het gehoor aanduiden. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Ohr, meervoud die Ohren. Genitief enkelvoud vaak des Ohrs.

Voorbeelden

Ich habe Ohrenschmerzen.
Ik heb oorpijn.
Der Arzt untersuchte das Ohr, nachdem der Patient über Schmerzen geklagt hatte.
De arts onderzocht het oor nadat de patiënt over pijn had geklaagd.
Mein Ohr tut weh.
Mijn oor doet pijn.

Details

Meervouddie Ohren

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Ohrdie Ohren
genitivedes Ohrsder Ohren
dativedem Ohrden Ohren
accusativedas Ohrdie Ohren

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een oor voor in de vorm van een klein kommetje
👂Ohr klinkt een beetje als «or» — denk aan oor of gehoor
⚧️das (onzijdig) — denk aan «das Ohr» zoals «das Auge» (ook onzijdig)

Opmerkingen

Het meervoud is onregelmatig: «Ohren». De genitief enkelvoud is meestal «des Ohrs» of «des Ohres».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek