noun
oor
A2
Ohr betekent ‘oor’ en kan, afhankelijk van de context, zowel het lichaamsdeel als het gehoor aanduiden. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Ohr, meervoud die Ohren. Genitief enkelvoud vaak des Ohrs.
Voorbeelden
Ich habe Ohrenschmerzen.
Ik heb oorpijn.
Der Arzt untersuchte das Ohr, nachdem der Patient über Schmerzen geklagt hatte.
De arts onderzocht het oor nadat de patiënt over pijn had geklaagd.
Mein Ohr tut weh.
Mijn oor doet pijn.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een oor voor in de vorm van een klein kommetje
Ohr klinkt een beetje als «or» — denk aan oor of gehoor
das (onzijdig) — denk aan «das Ohr» zoals «das Auge» (ook onzijdig)
Opmerkingen
Het meervoud is onregelmatig: «Ohren». De genitief enkelvoud is meestal «des Ohrs» of «des Ohres».