noun
geneeskunde, medicijn, medische wetenschap
B1
Medizin is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent zowel ‘geneeskunde’ als ‘medicijn’ in algemene zin. Het is meestal onbepaald telbaar; het meervoud Medizinen is zeldzaam. Voor concrete pillen zegt men vaker Medikamente. De context bepaalt de betekenis.
Voorbeelden
Die Medizin half ihm, sich schnell zu erholen.
Het medicijn hielp hem snel te herstellen.
Mein Sohn will Medizin studieren.
Mijn zoon wil geneeskunde studeren.
Du musst noch deine Medizin nehmen.
Je moet nog je medicijn innemen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een medicijnfles voor met het label « die Medizin » en een rood kruis.
Klinkt als het Engelse « medicine ».
Opmerkingen
« Medizin » kan zowel een medicijnproduct (ontelbaar) als het academische vak geneeskunde betekenen. Voor pillen of middelen is « Arzneimittel » ook gebruikelijk. Het meervoud « Medizinen » is zeldzaam; meestal wordt het ontelbaar gebruikt.