malen

verb
schilderen
A2

malen betekent „schilderen” of „verven”, bijvoorbeeld een beeld maken of een muur schilderen. Het is een regelmatig zwak werkwoord met haben als hulpwerkwoord; voltooid deelwoord gemalt. Tegenwoordige tijd: ich male, du malst, er malt. Niet wederkerend en niet scheidbaar.

Voorbeelden

Ich male ein Bild.
Ik schilder een schilderij.
Während die Kinder die Wand malten, bemerkte der Lehrer, dass die Farbe bald trocknete.
Terwijl de kinderen de muur schilderden, merkte de leraar dat de verf snel zou drogen.
Er malt die Wände des Wohnzimmers neu.
Hij schildert de muren van de woonkamer opnieuw.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es malt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es malte
Perfekter/sie/es hat gemalt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die een kleurrijk schilderij maakt, terwijl de lettergreep ‘mal’ een penseelstreek vormt.
👂Klinkt als het Engelse ‘mallen’ — stel je voor dat je een winkelcentrum schildert.

Opmerkingen

Regelmatig zwak werkwoord; voltooid deelwoord ‘gemalt’. Wordt vaak gebruikt voor zowel schilderijen als muren verven.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichmale
dumalst
er/sie/esmalt
wirmalen
ihrmalt
sie/Siemalen
ichwerde gemalt
duwirst gemalt
er/sie/eswird gemalt
wirwerden gemalt
ihrwerdet gemalt
sie/Siewerden gemalt
ichmale
dumalest
er/sie/esmale
wirmalen
ihrmalet
sie/Siemalen
ichwerde gemalt
duwerdest gemalt
er/sie/eswerde gemalt
wirwerden gemalt
ihrwerdet gemalt
sie/Siewerden gemalt
ichmalte
dumaltest
er/sie/esmalte
wirmalten
ihrmaltet
sie/Siemalten
ichwürde gemalt
duwürdest gemalt
er/sie/eswürde gemalt
wirwürden gemalt
ihrwürdet gemalt
sie/Siewürden gemalt
duMal!
ihrMalt!
SieMalen!