verb
schilderen
A2
malen betekent „schilderen” of „verven”, bijvoorbeeld een beeld maken of een muur schilderen. Het is een regelmatig zwak werkwoord met haben als hulpwerkwoord; voltooid deelwoord gemalt. Tegenwoordige tijd: ich male, du malst, er malt. Niet wederkerend en niet scheidbaar.
Voorbeelden
Ich male ein Bild.
Ik schilder een schilderij.
Während die Kinder die Wand malten, bemerkte der Lehrer, dass die Farbe bald trocknete.
Terwijl de kinderen de muur schilderden, merkte de leraar dat de verf snel zou drogen.
Er malt die Wände des Wohnzimmers neu.
Hij schildert de muren van de woonkamer opnieuw.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die een kleurrijk schilderij maakt, terwijl de lettergreep ‘mal’ een penseelstreek vormt.
Klinkt als het Engelse ‘mallen’ — stel je voor dat je een winkelcentrum schildert.
Opmerkingen
Regelmatig zwak werkwoord; voltooid deelwoord ‘gemalt’. Wordt vaak gebruikt voor zowel schilderijen als muren verven.