noun
lijn
B1
Linie is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘lijn’, ‘rij/queue’ of ‘verbinding/route’. Meervoud: Linien. Het kan gaan om een getekende lijn, een rij mensen of een bus- of telefoonlijn. Regelmatige verbuiging: die Linie, der Linie, die Linien, den Linien.
Voorbeelden
Die Linie 5 fährt alle zehn Minuten.
Lijn 5 rijdt elke tien minuten.
Ich fahre mit der Linie 8.
Ik neem lijn 8.
Der Bus fuhr eine andere Linie, weil die Hauptstraße wegen Bauarbeiten gesperrt worden war.
De bus reed een andere route omdat de hoofdweg wegens werkzaamheden was afgesloten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een rechte lijn voor die over een kaart is getekend en een busroute laat zien.
Klinkt bijna als het Nederlandse „lijn” — denk aan een rechte streep op de kaart.
Die Linie — stel je een lint voor (vrouwelijk) dat over een kaart ligt.
Opmerkingen
Gebruikt voor lijnen in tekeningen, vervoerslijnen (bus, tram) en figuurlijke lijnen (bijv. een grens).