klären

verb
verduidelijken, ophelderen, oplossen
B1

klären: regelmatig, niet-scheidbaar werkwoord met de betekenis ‘verduidelijken’ of ‘oplossen’. Vaak transitief: etwas klären, ein Problem klären. Perfekt met haben: hat geklärt; voltooid deelwoord: geklärt. Ook passief mogelijk.

Voorbeelden

Ich kläre das Missverständnis.
Ik zal het misverstand ophelderen.
Sie klärte die Situation.
Zij verduidelijkte de situatie.
Wir müssen die Details klären, bevor wir unterschreiben.
We moeten de details verduidelijken voordat we tekenen.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es klärt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es klärte
Perfekter/sie/es hat geklärt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je mist van een raam veegt zodat alles helder wordt: je ‘klärt’ het.
👂Klinkt als ‘clear’ — iets duidelijk maken.

Opmerkingen

Klären is een transitief werkwoord dat vaak wordt gebruikt om informatie te verduidelijken of problemen op te lossen. In veel gevallen worden passieve vormen of «klären lassen» gebruikt (iets laten verduidelijken).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichkläre
duklärst
er/sie/esklärt
wirklären
ihrklärt
sie/Sieklären
ichwerde geklärt
duwirst geklärt
er/sie/eswird geklärt
wirwerden geklärt
ihrwerdet geklärt
sie/Siewerden geklärt
ichkläre
duklärest
er/sie/eskläre
wirklären
ihrklärret
sie/Sieklären
ichwerde geklärt
duwerdest geklärt
er/sie/eswerde geklärt
wirwerden geklärt
ihrwerdet geklärt
sie/Siewerden geklärt
ichwürde klären
duwürdest klären
er/sie/eswürde klären
wirwürden klären
ihrwürdet klären
sie/Siewürden klären
ichwürde geklärt werden
duwürdest geklärt werden
er/sie/eswürde geklärt werden
wirwürden geklärt werden
ihrwürdet geklärt werden
sie/Siewürden geklärt werden
duklär!
ihrklärt!
SieKlären!