noun
heuvel, hoogte
B1
der Hügel is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „heuvel” of „bult”. Meervoud: Hügel, dus dezelfde vorm. Genitief enkelvoud: des Hügels. Een gewoon woord voor landschap of een lichte verhoging in het terrein.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wir sind den Hügel hinaufgestiegen.
We zijn de heuvel opgeklommen.
Der alte Hügel war wahrscheinlich ein Grabhügel.
De oude heuvel was waarschijnlijk een grafheuvel.
Von dem Hügel aus hat man eine wunderschöne Aussicht auf die Stadt.
Vanaf de heuvel heb je een prachtig uitzicht over de stad.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een kleine afgeronde heuvel voor met iemand erop die rondkijkt.
klinkt als 'hugel' — denk aan een 'huge' kleine heuvel
der Hügel — mannelijk; stel je een mannelijke wandelaar (der) voor die op een heuvel staat.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Hügel (der Hügel) heeft meestal het meervoud 'Hügel' (geen vormverandering). Het verwijst naar natuurlijke kleine verhogingen; 'Grabhügel' betekent specifiek grafheuvel.