Kakao

noun
cacao, warme chocolademelk
B1

Kakao is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kakao. Het betekent cacao/kakao als poeder of drank, soms ook het cacaoproduct zelf. Meervoud: Kakaos. Genitief: des Kakaos. Veelgebruikt in recepten en bij warme dranken.

Voorbeelden

Die Kinder tranken heißen Kakao, nachdem sie im Schnee gespielt hatten.
De kinderen dronken warme chocolademelk nadat ze in de sneeuw hadden gespeeld.
An kalten Wintertagen trinke ich gerne einen heißen Kakao.
Op koude winterdagen drink ik graag warme chocolademelk.
Mein Sohn trinkt gern warmen Kakao im Winter.
Mijn zoon drinkt graag warme chocolademelk in de winter.

Details

MeervoudKakaos

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Kakaodie Kakaos
genitivedes Kakaosder Kakaos
dativedem Kakaoden Kakaos
accusativeden Kakaodie Kakaos

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een stomende mok warme chocolademelk met marshmallows voor
👂bijna identiek aan het Engelse «cocoa» — gebruik de gelijkenis
⚧️der (mannelijk) — stel je een man (der) voor die de mok Kakao vasthoudt

Opmerkingen

In het alledaagse Duits verwijst «Kakao» vaak naar warme chocolademelk (de drank) in plaats van naar rauw cacaopoeder.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek