noun
snackbar, snack, eethuisje
B1
Imbiss is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Imbiss, meervoud Imbisse. Het betekent een snackbar, eetkraam, kiosk of een kleine snack/maaltijd om snel te eten. Vaak gebruikt voor iets dat je onderweg koopt of afhaalt. Veelvoorkomend in het dagelijks Duits.
Voorbeelden
Wir treffen uns am Imbiss neben dem Kino.
Laten we afspreken bij de snackbar naast de bioscoop.
Ich hole mir schnell einen Imbiss vor der Arbeit.
Ik haal snel een hapje voor het werk.
An der Ecke gibt es einen kleinen Imbiss, der leckere Currywurst verkauft.
Op de hoek is een kleine snackbar die heerlijke currywurst verkoopt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein kraampje voor met worstjes en broodjes, met mensen eromheen die staand eten.
klinkt als ‘I’m bliss’ — een snelle traktatie waar je blij van wordt.
der — stel je een mannelijke verkoper voor die zegt: ‘der Imbiss’.
Opmerkingen
Verwijst naar een kleine plek waar je snel eten koopt (vaak staand). Kan zowel de plek (snackbar) als het eten zelf (snack) betekenen.