Imbiss

noun
snackbar, snack, eethuisje
B1

Imbiss is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Imbiss, meervoud Imbisse. Het betekent een snackbar, eetkraam, kiosk of een kleine snack/maaltijd om snel te eten. Vaak gebruikt voor iets dat je onderweg koopt of afhaalt. Veelvoorkomend in het dagelijks Duits.

Voorbeelden

Wir treffen uns am Imbiss neben dem Kino.
Laten we afspreken bij de snackbar naast de bioscoop.
Ich hole mir schnell einen Imbiss vor der Arbeit.
Ik haal snel een hapje voor het werk.
An der Ecke gibt es einen kleinen Imbiss, der leckere Currywurst verkauft.
Op de hoek is een kleine snackbar die heerlijke currywurst verkoopt.

Details

MeervoudImbisse

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Imbissdie Imbisse
genitivedes Imbissesder Imbisse
dativedem Imbissden Imbissen
accusativeden Imbissdie Imbisse

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een klein kraampje voor met worstjes en broodjes, met mensen eromheen die staand eten.
👂klinkt als ‘I’m bliss’ — een snelle traktatie waar je blij van wordt.
⚧️der — stel je een mannelijke verkoper voor die zegt: ‘der Imbiss’.

Opmerkingen

Verwijst naar een kleine plek waar je snel eten koopt (vaak staand). Kan zowel de plek (snackbar) als het eten zelf (snack) betekenen.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek